Ma 9 – zo 15 febr (2): “Oh Urbino mio, ti porto sempre nel cuore quando vado via…”

maart 1, 2009

Donderdag moest ik in de stad zijn voor leuke administratieve gelegenheden. Onderweg passeerde ik nog eens langs de fortezza, waar ik een prachtig besneeuwd uitzicht had over Urbino. Nogmaals vervloekte ik de onmens die me mijn fototoestel ontnomen had. Nog helemaal verdwaasd van alle schoonheid kwam ik in Tridente aan. Ik ging mijn blok binnen en zag een onbekend vreemd persoon aan de telefoon praten. Vreemd. Ik zag Magdalena, een Spaans meisje, uit Anna’s kamer komen. Vreemd. Ze keek me wat verrast aan en we ciao’den elkaar. Ik draaide me om en schoot in paniek toen ik vreemde sleutels aan mijn deur zag bengelen. Vreemd. Het duurde welgeteld vier volle seconden voor ik doorhad dat ik in de verkeerde blok zat en met gegeneerde excuses maakte ik me uit de voeten.

Naast natte en ijskoude voeten en een gestolen paraplu begon de sneeuw ook op andere vlakken zijn tol te eisen: ik had met Emma gepland om vrijdag een bezoekje te brengen aan Assisi, een plek die ik nog absoluut wou bezoeken vooraleer ik wegging. Ik keek er erg naar uit. Met veel zin kropen Emma en ik achter onze laptops om onze reis te plannen. Helaas, Urbino leek me nog even bij zich te willen houden: voor vervoer alleen al zouden we 57 euro moeten afdokken en meer dan acht uur verspillen. Er zou ons dus maar 6 uur resten om alles te bezoeken, plus, door de door mij gevraagde sneeuw leek het transport ook maar onzeker te zijn. Morgen zou het vrijdag de 13e zijn, we hadden het kunnen weten. Om de sneeuw letterlijk en figuurlijk terug te omarmen maakte ik tegen avondval een sneeuwman met Katy, Eva en Rabea. Een uitermate lelijke, daar niet van: hij was piepklein en had een neus van vijftig cm die op dezelfde hoogte stond als z’n mond. Maar de wimpers waren wel mooi geslaagd, vonden we.

Geen Assisi op vrijdag dus, maar eerst en vooral een ongelooflijk héérlijk middagmaal in 700, waar de spijzen reikten zover als het oog. De Mensa bleek in staking te gaan (alweer een degelijk afscheid van Italië) en dit noopte de rest tot uitvoerig eten te gaan kopen. Grote gelukzak die ik ben, mocht ik gewoon mijn benen onder tafel schuiven. Voorts ben ik die dag nog gaan shoppen voor cadeautjes met Rabea. Ik had immers nog twee nieuwjaren en drie verjaardagen tegoed in België. Net zoals in de kerstperiode viel het niet mee om cadeaus bijeen te schrapen, maar uiteindelijk is het me zaterdagmiddag gelukt. En al wie er thuis niet blij mee is…! Aanvankelijk stootte ik een jammerkreet uit bij de Mensastaking, maar toen ik Gudi’s zelfgemaakte pasta met kip en dergelijke opat, kon ik enkele kreetjes van verrukking niet onderdrukken.

Verder was de dag gevuld met allemaal samen zitten, met niets om handen en dan maar meezingen met alle liedjes die Dan uit zijn laptop toverde. Ik heb de voorbije maanden, en dan vooral tijdens de examenweken, met mijn eigen ogen gezien dat erasmusstudenten uit andere landen zich soms stikkapot vervelen. Benevens alcohol rinken uitte zich dat ook in doelloos bij elkaar zitten en zingen. Ik, daarentegen, was op dit moment dolgelukkig dat ik – vrij van examens – voluit kon genieten van ieders gezelschap en zat heimelijk deze mooie momenten in me op te nemen. De dag werd afgesloten door enkele afleveringen van Extras, alweder op Eva’s kamer, alweder met Sam, Katy en Eva. Sam las als slaapverhaaltje met zijn zachte stem een hoofdstuk voor van Harry Potter and the Deathly Hallows.

Zaterdag, de laatste volle dag. Na opnieuw administratieve – en shoppingzaken afgehandeld te hebben, deed ik nog een poging om alsnog in het Grieks restaurant te eten. De avond ervoor had ik een telefonische reservering kunnen maken, dus nu mocht het niet meer mis gaan. Met zijn elven (Dan, Eva, Katy, Gudi, Christian, Rabea, Sine, Annie, Danielle, Emma en ik) proefden we van al het lekkers dat Griekenland ons te bieden had. Man toch, zoveel eetgenot zou men moeten verbieden.

Met een maag vol van smakelijke herinneringen, probeerde ik toch al een béétje van mijn inboedel in te pakken tegen morgen. Aangezien dit me vrij snel bedroefde, besloot ik om ’s nachts hieraan verder te werken en nu alvast nog even, inderdaad, liedjes te zingen op 700. Dra kwam het uur dat mijn vader, mijn jongste broer en mijn tante met de auto uit België arriveerden om me morgen naar huis te kidnappen. Ik begeleidde hen naar hun hotel en daarna zijn we gaan eten bij Da Giovanni, de tweede keer restaurant voor mij op één dag. Mamma mia. Dat wordt lijnen als ik thuiskom. ’s Avonds heb ik nog met de erasmusmensen in Tridente samengezeten en van iedereen afscheid genomen. Als afsluiter heb ik terug met Katy, Sam en Eva naar Extras gekeken en vertelde Sam het vervolg van Harry Potters belevenissen. Omringd door mensen die ik graag zag en badend in een zachte vertelstem, gleed ik in een korte, maar zalige slaap. Afscheid volgde.

Nadat ik had beloofd mijn deur ’s nachts voor één keer niet op slot te doen, werd ik om halfzeven gewekt en geknuffeld door Danielle en Rabea, die vlak voor hun vertrek naar Venetië nog finaal afscheid kwamen nemen. Zo lief! Later kwam m’n vader me helpen inpakken, nam ik nog afscheid van Emma, laadden we alles in, kwam mijn Duitse klasgenoot Latijn Benjamin me nog begroeten (wat ik erg sympathiek vond) en ging ik voor de allerlaatste keer naar de stad. Ik moest constant de neiging onderdrukken om niet in een pathetische huilbui uit te barsten, wat me verbazend genoeg goed is gelukt. Als laatste geste legde ik mijn hand op het Palazzo Ducale en prevelde Ciao. Gevoel voor dramatiek is me nooit ontzegd geweest.

Met een krop in de keel en met zeer veel zin om thuis alle berichtjes te lezen die de andere erasmussers in mijn boekje hadden geschreven, zag ik voor de laatste keer Urbino uit mijn blikveld verdwijnen. Negentien uur later zou ik thuis zijn, droevig maar met beeldschone herinneringen. Dit mag dan het einde zijn van mijn erasmusblog, maar hopelijk niet van mijn erasmusbelevenis. Ik mag wel zeggen dat dit één van het mooiste is geweest dat me al overkomen is in het leven. Dank u, ouders, dat ik dit mocht doen. Dank u, vrienden van thuis, voor alle lieve berichten en toegezonden kaartjes en pakketjes. Dank u, erasmusstudenten. Dank u, Italiaanse proffen. Dank u, Steven, voor alles wat we samen hebben doorgemaakt hier. Dank u, Urbino.

Ciao, ci vediamo.

Urbino zoals ik ze achterliet

Urbino zoals ik ze achterliet

Ma 9 – zo 15 (1): Urbino geeft en Urbino neemt.

maart 1, 2009

Het doet pijn om mijn laatste week te beschrijven. Lang heb ik het uitgesteld met de gedachte dat, als mijn blog niet afgesloten was, mijn erasmusperiode ook nog steeds niet ten einde was gelopen. Toch moet het er eens van komen, anders laat mijn geheugen me steeds verder in de steek. Hier komt mijn allerlaatste verslag.

Maandag kreeg ik Belgisch bezoek. Mijn metekindjes op de universiteit, Nina en Thomas, kwamen met nog 6 andere classici op bezoek in Urbino. Ze hadden er een rondreis opzitten van enkele dagen en Urbino was hun eindpunt. Jammer genoeg heb ik niet zóveel met hen kunnen doen (ik zat immers in tijdsnood met mijn laatste examen wegens de voorbije dagen), maar een koffie/warme chocomelk ging er altijd in. Ik werd met mijn neus in de Leuvense realiteit gestoken en tegelijkertijd ontpopte ik mij als “ervaringsdeskundige” over Erasmus in Urbino. Nu ja, voor zover ik die term op mezelf durf plakken. Na deze gezellige ontmoeting kreeg ik in Tridente een apfelstrüdel op mijn bord gezwiept, met veel liefde klaargemaakt door Sarah en Karina. Lekker!

sneeuw!

sneeuw!

‘Wees voorzichtig met wat je wenst, het zou wel eens uit kunnen komen.’ Dit klinkt als een ondertitel van een of andere flutfilm, maar zoals elk cliché, is er wel iets van waar. Zo vond ik het onrechtvaardig dat ik in Urbino maar 1 dag van sneeuw gezien had tijdens deze vijf maanden. Alstublieft, laat het nog eens sneeuwen vooraleer ik wegga, was een veelgebezigde gedachte wanneer ik ’s avonds in mijn beddekijn lag. Omdat Urbino blijkbaar graag met deadlines werkt, kreeg ik dus wat ik wenste vier dagen voor mijn definitief vertrek. Woensdagvoormiddag was een heldere en zonnige dag. Ik was aan het leren voor mijn laatste examen dat ik in de namiddag/avond moest afleggen en keek af en toe uit het raam. In een half uur tijd zag ik het weer omslaan van zonnig naar regen naar sneeuw en in een mum van tijd was het hele landschap bedekt onder een wit sneeuwlaken (het moet niet altijd een tapijt zijn). Om half drie ging ik op pad, gewapend met een dikke sjaal en mijn Hema-parapluutje om de sneeuwbui te trotseren. Als een poolbeer kwam ik aan in de Griekse faculteit. Omdat Urbino blijkbaar mijn vertrek wou vergemakkelijken door mij van allerlei dingen te beroven, bleek mijn paraplu gepikt te zijn en het Grieks restaurant dat ik via een mail had geboekt om mijn afscheid te vieren, bleek niet gereserveerd te zijn. Afijn, de mail was wel aangekomen, maar ze hadden al een week hun postvak niet gecheckt. En aangezien het telkens dicht was wanneer ik in de stad was (vervloekt, die siësta) kon ik niet persoonlijk reserveren. Daar stonden we dan: met twintig man, natte voeten en een lege maag. We kregen als sorry-geste wel ieder een glas wijn toebedeeld, wat heel vriendelijk was van de eigenaars. Dan maar naar de vaak gefrequenteerde pizzeria

Noi e voi, waar ik onder lichte dwang van Romain een speech ten beste moest geven voor de hele groep. Annie en Sine stelden me weer niet teleur met hun hilarische vuilbekkerigheid:

“ You fuckface, this pizza costs 7 euros, you will eat every single bit of it!” – Annie tegen Anna, toen die laatste een stuk pizza weggooide.

“I promise I’ll vomit.” – Sine, context niet meer gekend.

in de pizzeria

in de pizzeria

Hierna gingen we naar de bar M2M, waar Karina en Emma me maar bleven trakteren op Vodka-Lemon, wat zijn uitwerking niet miste gezien mijn eenurige slaap van de nacht ervoor. Ik ontdekte van mezelf dat ik heel uitbundig kan dansen, als ik het maar wil. Met Leanne en Allison heb ik een heel leuk gesprek gehad, en het is spijtig dat we elkaar niet beter kunnen leren kennen. Op de terugweg naar huis hebben we een superleuk sneeuwballengevecht gehouden met de Spaanse jongens. Er is geen definitieve winnaar uit de bus gekomen. Van al dat sporten kregen we honger, een euvel dat werd opgelost door pasta. Luis deed een trucje met een kom water, een euro en het gevolg dat iedereen nat was.

Examens: specifiek.

februari 28, 2009

Dinsdag 20 jan: Paleografia latina (Alba Tontini):

Samen met mijn Duitse klasgenootjes Irina en Sandra zat ik te wachten in de bib totdat Tontini eraan zou komen. “Willen jullie het examen samen doen of alleen?” was haar vrij onverwachte openingszin. Huh? Ze zou ieder om beurten vragen stellen. Sandra en Irina zijn samen binnengegaan, ik gaf er de voorkeur aan om nog eventjes in de bib alles te herhalen. Eens binnen bij Tontini, stelde ze me enkele vragen, of nee, ze deed zélf een hele uitleg en af en toe stelde ze me een klein vraagje. Bij het lezen van de handschriften heb ik een keer “gesjoemeld” door te zeggen dat ik dat niet had gezien in de extra les, terwijl Sandra me de oplossing de avond ervoor verteld had. Al bij al ging het vrij vlot, ook met het Italiaans. Resultaat: “Ik zal je een 30 op 30 geven, of nee wacht, omdat je zo’n brave student bent een 30+.” Joepie! Toen mijn examen volledig gedaan was, vroeg ze me of ik nog iets wou vragen over paleografie, of er nog iets onduidelijks voor me was. En ze voegde eraan toe dat ik, ook al is het examen voorbij, haar altijd mocht opzoeken om een paleografische vraag te stellen. Wat een gepassioneerd mens! 🙂

Donderdag 22 jan: Storia del teatro latino (Renato Raffaelli).

Dit examen heeft me kwaad gemaakt. Niet zozeer vanwege het resultaat (zeker niet!) maar vanwege het verloop ervan. Ik was nummer 10 op de lijst, waardoor ik vier uur lang al wachtend gekampeerd heb in de bibliotheek. Ik had de leerstof van in de les goed gestudeerd en de highlights in het Italiaans boek over de geschiedenis van het Latijns theater verwerkt. Groot was mijn boosheid toen hij slechts één pietluttig vraagje stelde over de lesleerstof (over een piepklein personage in de proloog van de komedie!) en me voor de rest vragen voorschotelde als: “Kan je me eens een aantal titels geven van die en die tragediedichter?” Ik zag het al niet meer rooskleurig in. “Ik zal je een 30 geven, goed?” Eva, gij voos wijf, waarom zijt ge dan boos? Wel, ik had het gevoel dat ik deze hoge punten helemaal niet verdiende, in Leuven zou ik regelrecht gebuisd zijn geweest. Maar langs de andere kant: als hij me relevante vragen had gesteld, zou ik daar wel goed op geantwoord kunnen hebben. Ik beheerste de leerstof namelijk goed. Ach ja, geen man overboord.

Woensdag 28 jan: Filologia Classica (Franca Perusino)

Nummer acht op de lijst zijnde, dacht ik pas redelijk laat aan de beurt te komen. Omdat ik nog enkele dingen wou opzoeken, ging ik om 9u naar de bib van Grieks. Ik was daar blijkbaar aanwezig nog vóór al de rest en Perusino had dit gezien toen ze de faculteit binnenkwam, want ze zei me dat ik al meteen als eerste of tweede examen mocht afleggen. Cazzo, daar ging mijn extra kostbare tijd! Om geen slechte indruk te maken, kon ik niet anders dan haar voorstel met de glimlach aannemen. Aan het begin van het examen vroeg ze me of ik professor Vanderstockt kende. Ha, hoe kan ik deze überdroge en hilarische prof niet kennen! In het begin voelde ik me licht ongemakkelijk omdat er naast Perusino een andere prof zat, Filleni. Als ik zou afgaan, zou het dus voor twee proffen tegelijk zijn. Het examen ging vrij vlot, hoewel ik blijkbaar soms voor wat animo zorgde met mijn niet perfect Italiaans. Op een gegeven moment wou ik in het Italiaans zeggen: de dichter toont zich, wat dus il poeta si mostra zou moeten wezen. Helaas kon ik daar in die milliseconde niet op komen en zei ik il poeta si scopre. De twee proffen begonnen en giechelen en te grinniken en ik begreep niet waarom. Later vernam ik dat ik heb gezegd dat de dichter zich uitkleedt.

Resultaat: 30 op 30, loon naar werken.

Ma 2 febr: Filologia Latina 2 (Maria Grazia Sassi)

Ik vervloekte mezelf dat ik me zo laat had ingeschreven. Ik was nr. 15 op de lijst, wat me veroordeelde tot in de bib zitten wachten (en studeren, want ik had eigenlijk op de dag van het examen nog veel te doen) tot 16u. Een uitstekende gelegenheid ook trouwens om mijn hoofd op mijn armen te leggen en een dutje van 20 min me te laten opfrissen. Voor dit examen had ik altijd al een panische angst gehad, omdat 1) ik elke week één derde van de lessen moest missen wegens overlapping met Filologia Classica, 2) de leerstof walgelijk veel was, 3) ik Sassi tijdens het jaar echt nooit heb kunnen verstaan. Maar mijn angsten bleken ongegrond: ik was plots helderhorend en begreep wat Sassi tegen me zei en het examen was ook niet zo moeilijk. Zoals bij de andere examens zat ik met het gevoel dat ik niet echt kon tonen wat ik had gestudeerd, omdat de prof zélf de hele uitleg deed. Ik heb onderweg ook enkele schoonheidsfouten gemaakt door vb. Pioggio Bracciolini te zeggen i.p.v. Poggio. Ik wijt het aan de regen die ik buiten zag (= pioggia). Sassi vergoelijkte het door te zeggen dat dit voor Duitstaligen inderdaad moeilijk uit te spreken is J. Ze gaf me, onverwacht, een 30+. Ik ben haar er erg dankbaar voor. Op het einde wenste ze me nog al het goede toe en zei Steven en mij te komen opzoeken wanneer ze nog eens in Leuven zou komen. Hoe grappig is dat niet!

Donderdag 5 febr: Filologia latina medievale ed umanistica 1 (Alba Tontini)

Dit examen was heerlijk om af te leggen. Ik had niet zozeer het gevoel van een examen, maar meer van een goed babbeltje met de prof over het onderwerp. Tontini vroeg niet heel veel, deed alweer zelf een hele uitleg, en ik mocht op een gegeven moment zelf kiezen uit welke scène ik een stukje wou vertalen, wat een luxe. Na het examen gaf ze me een 30+, en als dat nog niet genoeg was, overlaadde ze me met complimentjes waar ik op den duur lichtelijk ongemakkelijk van werd. Tijdens het jaar was ze altijd heel begaan geweest met het reilen en zeilen van de erasmusstudenten en ik heb haar acht uur in de week graag aanhoord in de les. Als afsluiter gaf ze me een hand, treuzelde een beetje en besloot om me toch maar een knuffel te geven (!). Ik zie dit niet gauw in Leuven gebeuren.

Woensdag 11 febr: Istituzioni di letteratura greca 1 (Paola Bernardini)

Met een hart verpakt in zenuwen zat ik vijf uur lang in de gang te wachten om examen af te leggen. Steeds zag ik Italiaanse studenten bij de prof binnengaan, om er een dikke drie kwartiers later terug buiten te komen, met tranen in de ogen. Dit zag er niet goed uit. Bij de jongen vóór mij kon ik door de deur horen welke vragen hij had en wat hij daarop antwoordde. Ik begon nog ongeruster dan voordien te worden en besloot om mijn oren af te wenden. Als een lam naar het slachthuis kwam ik de kamer binnen. Ik kreeg vragen voorgeschoteld die we totáál niet in de les gezien hadden en waar ik wel vaag het antwoord op wist, maar het was verloren moeite om die informatie proberen op de graven in het diepst van mijn achterhoofd. Eerder dan te raden hoeveel verzen een zang van Homeros ongeveer telt en hoelang een rapsode daaraan bezig is om te vertellen, verkoos ik om te zwijgen. Ook hielp het niet dat Bernardini haar hoofd heel de tijd nee schudde als ik iets antwoordde, terwijl dat evengoed “ja, juist” kan betekenen. Ik schoot de ene grote kemel na de andere. In Leuven zou ik al meteen een “oké, dank u, tot in tweede zit” te horen hebben gekregen voor de heiligschennissen die ik heb begaan jegens de wereld van de Oudheid. Gelukkig was er nog een stuk tekst om te vertalen en te scanderen. Ik mocht mijn eigen papieren gebruiken, inclusief met Italiaanse vertaling aan de rechterzijde van mijn blad. Toen ik dit zelf meldde, kreeg ik het antwoord “Da’s niets, we zullen wel merken of je het Grieks verstaat of niet.” Ik had toch goed geoefend op de vertaling, dus dat ging echt heel vlot en de scansie stond zelfs op mijn blad. Ik kreeg complimentjes dat ik zo goed kon scanderen en vertalen, haha! Ik kreeg enkele poepsimpele grammaticale vraagjes op te lossen, waarna de proffen tegen elkaar zeiden: “Dju, in Leuven zijn ze toch veel sterker in grammatica dan bij ons!”. Even kreeg ik terug moed. Helaas zonk die de seconde erna terug in mijn schoenen bij de vraag om de belangrijkste papyrusvondsten van de laatste tien jaar op te noemen. Nooit gezien in de les, dus ik moest alweer het antwoord schuldig blijven. “Goed”, zei ze. “Het was een goed examen, ik geef je 3O+”. Eh, watwatwat?! De verbijstering stond op mijn gezicht te lezen. Mijn mond stond open als het oculus van het Pantheon. “Sono molto sorpresa”, zei ik verward. “Hoe bedoel je? Had je dit niet verwacht? Vind je dat dit teveel is?” Dit was een cruciaal moment. Liegen of ja knikken? Ik wachtte twee betekenisvolle seconden en zei “Nee, het is goed zo.” Ik vermoed dat mijn alomtegenwoordigheid in elke les de weldoener was. Voorts vond ze het zo ongelooflijk jammer dat ik maar één semester bleef, want mijn Italiaans was er zo goed op vooruitgegaan (!). Ook een merkwaardige uitspraak als je bedenkt dat ze me twee weken geleden nog vroeg welke taal ik wél goed sprak en bezorgd zei dat het examen in het Italiaans zou verlopen. In ieder geval dank ik haar duizendmaal voor de vrijgevigheid.

Examens: algemeen

februari 28, 2009

Een uitleg geven over mijn examens in Italië verplicht me om dubbelzinnig en onklaar te zijn. Vergeleken met de examens in Leuven was het zwaarder, maar ook weer niet, stresserender maar ook weer niet, voorzien van een vreemd systeem, maar ook weer niet,… De lessen stopten op 20 december, wat me dus een maand tijd gaf om alle leerstof in mijn hoofd te pompen en alles nog te lezen van Italiaanse boeken en artikels die er tijdens het semester niet van gekomen zijn. Ik ben ondertussen een week thuis in België en daarna een week in Rome geweest, tijdens dewelke ik niet zoveel gedaan heb. Enkel treinreizen waren een gelegenheid om mijn boeken eens vast te nemen. Omdat ik geregeld vergeleek met de situatie die ik in Leuven zou gehad hebben, had ik een knoert van een schuldgevoel, hetgeen de mentale gesteldheid niet in positieve zin stimuleert. Voeg daarbij toe dat ik zwom in de mankerende notities, bibliotheekbezoeken, het gevoel van tegen een berg op te zien en gebrek aan een moeder om mijn was te doen en mijn eten klaar te maken. Ook was ik sip omdat ik nooit echt kon meedoen met alle leuke dingen die de andere erasmussers deden, zoals zich gezamenlijk vervelen omdat ze teveel tijd om handen hadden. Ik wist niet echt wat ik kon verwachten van de examens, en het feit dat ik twee vakken vollédig tijdens de examens zelf moest bekijken, deed me meermaals tot alle goden van het Griekse pantheon smeekbeden richten. Maar globaal gezien denk ik dat ik het mentaal moeilijker had omdat ik me schuldig voelde dat ik “relatief gezien” minder deed, dan dat ik effectief zwom in het werk.

Een Italiaans examen gaat als volgt: je krijgt twee data (“appelli”) voorgeschoteld waarop je elk (mondeling) vak kan doen, zodat je zelf kan kiezen wanneer je welk vak aflegt: een systeem dat ik alleen maar kan aanbevelen. Het zou heerlijk zijn mocht Leuven zich ontdoen van haar rigiditeit inzake examens en dit veel menselijker systeem toepassen. Enige voorwaarde was dat je je vanaf zeven dagen op voorhand inschrijft voor het desbetreffende examen. Op de Dag des Oordeels zelf word je vanaf het begin verwacht aanwezig te zijn, aangezien de prof de namen afroept. Wie nummer 15 is, kan zich opmaken om zich een paar uur in de bibliotheek bezig te houden (of iets anders te gaan doen uiteraard).

Het examen neemt plaats in het bureau van de prof, tegenover of naast elkaar. De prof stelt je enkele vragen die je zonder de Leuvense preparatietijd van 20 min meteen moet beantwoorden, waarna hij of zij meteen na je proef je punten in je libretto schrijft. Het gebruik van deze libretto leek me in het begin vrij ouderwets, maar in feite was ik er heel blij om. Je krijgt direct je punten zodat je in je hoofd de bladzijde kan omslaan en vrij van zorgen aan het nieuwe hoofdstuk van je volgend examen beginnen.

vr 6 – zo 8 feb: Sterft, gij dief.

februari 23, 2009

Vrijdagmiddag ging ik een kebab eten op de trappen van de kerk met Emma en Karina om gezellig samen te keuvelen en onze roddelkennis op peil te houden. Emma: “Why is there no meat in my kebab?” – Karina: “Because you took the vegetarian one.”

Omdat Steven de dag erop vertrekken zou naar Belgenland, was het vandaag zijn dag. Als afscheid gaf hij me drie cadeautjes. Ik moest telkens de clue raden om ze in mijn bezit te krijgen (drie kenmerkende woorden voor ons erasmusverblijf). Ik moet zeggen dat ik ietwat van mijn melk was: het lekker zachte knuffelbeertje was nog braaf, maar ik kreeg ook een schort met daarop een naakt vrouwenlichaam wiens cruciale delen vriendelijk bedekt waren door harige Italiaanse mannenhanden, en een mok waarop een zogenaamde hunk prijkte. Hij droeg een zwarte onderbroek met een wel héél rare vorm en op de doos stond er “Il più sexy striptease del mondo.” Ik kon al bevroeden wat er onder de zwarte onderbroek zat en besloot om er vooralsnog niets warms uit te drinken.

Om zeven uur was het aperitieven op 700, om acht uur het laatste avondmaal in de Mensa, voorts terug op 700 en nadien de stad in richting Bosom Pub. Maar eerst wou Steven de Urbinese grond nog kussen. Het was een heel leuke en geslaagde avond, tot ik merkte dat mijn handtas gepikt was in de laatste 15 minuten. Plichtsbewust had ik ze de hele tijd op mijn lijf gedragen, maar God besloot me te straffen door ze de laatste 15 min te laten liggen op een stoel bij alle andere handtassen en haar als enige te laten stelen. Mijn tasje, mijn paspoort en mijn 12 euro weg, daar kan ik op zich nog wel mee leven, maar ik hoop toch dat die dief bij het bekijken van mijn foto’s op mijn fototoestel, vooraleer ze te wissen, nog even een knoert van een schuldgevoel krijgt waarom hij dit een supersympathiek meisje heeft aangedaan.

Zaterdagochtend moest ik dus naar het politiekantoor om aangifte te doen. Steven was ondertussen al enkele uren geleden vertrokken. Ik kwam thuis, las zijn brief en kreeg daar een enorm emotioneel moment. Plots sloeg het besef dat ik nog maar een week te gaan had, me knalhard in het gezicht. Ik werd in mijn emotionele instabiliteit getroost door Eva, Sine en Annie (“Belge, let me give you a boobhug”). Waardoor ik des te meer besefte wat voor prachtmensen ik zou achterlaten en welke fantastische ervaring weldra achter de rug zou zijn. Die dag kwam leren voor mijn laatste examen er absoluut niet meer van. Wel spelletjes spelen. Iedereen was ofwel down of zat zich stierlijk te vervelen dus leek dit de enige remedie tegen neerslachtigheid te zijn. Of mijn drinkmok vullen met heet water. Iedereen was nieuwsgierig wat er zich onder de zwarte vlek bevond en kreeg alras het spijtige antwoord op zijn vraag. De meest sexy striptease van de wereld? Ik dacht het niet! Nogmaals zei ik tegen mezelf nooit uit deze mok te drinken indien heet. Gudi werd geprankt door haar onwetend ervan te laten drinken onder talloze lachsalvo’s van de anderen. Toen ze de beeltenis zag, haalde ze haar schouders op, zei “Heh” en dronk rustig verder. Da’s pas een echte Oostenrijkse vrouw! ’s Avonds speelden we het spelletje waarbij iedereen een woord of een zin opschrijft zonder te weten wat de vorige heeft geschreven. Dan krijg je mooie verhalen zoals: Charlie – with himself – dressed up as a woman – is playing cards – in Sine’s armpit – then suddenly the Queen came in – and said: “Fernando” – and then they made babies. Jaja, Keira, Annies Ierse vriendin die op bezoek kwam, moet een geraffineerd beeld van ons gehad hebben.

Ma 2 – do 5 feb: hoe je academische geloofwaardigheid te verliezen.

februari 23, 2009

Juist wanneer je denkt dat je alles gezien hebt, kom je terug van je een examen en tref je je vrienden (Eva, Sine, Annie, Gudi) aan al zingend en dansend in de keuken. Ik keek naar de keukentafel en zag daar lege flessen drank staan. Ik keek op mijn horloge en zag dat het nog maar 19u was. Blijkbaar was de verveling zodanig toegeslagen dat ze een uur geleden hun toevlucht hadden gezocht in Mr. Alcohol. Sam zat als enige nuchtere supervisie te houden op de beschonken dames. “Kom, Eva, dansen!” zeiden ze en trokken me mee op hun geïmproviseerde dansvloer onderwijl wellustige R&B-moves tentoonspreidend. U begrijpt dat ik op dat moment niet de vereiste souplesse in mijn lijf had om overtuigend mee te doen. Het avondmaal zou al te grappig voor woorden worden. We gingen eten in de Mensa, wat met vier beschonken lichtjes dronken personen geen sinecure was. Niet alleen duurde het even voordat ze alle trappen opkonden, ook morste Annie haar glas water over haar broek en schalde iedereen de ene onsterfelijke quote na de andere. Ik zie me helaas genoodzaakt om de meeste ervan te censureren.

– “If you have facebook, why not make a bodybook?” – Eva stelt zich terechte vragen.

– “I have three fries left” – Sine: “No, don’t eat them! It’s enough to make you fart. Like Annie. Annie farted yesterday.” – Annie: “ It was on Anna. Who wouldn’t like to be farted on?” – Hoogstaande gesprekken tijdens het beruchte Mensa-maal.

– “We midgets cannot control great amounts of alcohol in our body!” – Annie tegen Katy tijdens hetzelfde maal.

Tontini duwt Steven weg om de microfilmlezer te laten zien.

Tontini duwt Steven weg om de microfilmlezer te laten zien.

Donderdag hadden Steven en ik examen Middeleeuws en Humanistisch Latijn bij Tontini. Na allebei een geslaagd examen te hebben afgelegd, besloten we dat het geen kwaad kon om de professionele geloofwaardigheid die we doorheen het semester piekfijn hadden uitgebouwd, in een klap omver te gooien. We moesten en zouden op de foto gaan met de twee professoressa’s die ons verblijf hier vorm hebben gegeven. Eerst klopten we aan bij Tontini. Zij aanhoorde onze vraag met gelach, zei “Wacht, wacht!” en belde vervolgens naar de portineria om iemand naar boven te sturen. Wij waren al beschaamd om de vraag gewoon maar te stellen, laat staan dat er speciaal iemand naar boven kwam om de foto te trekken. Tontini was weer haar hilarische zelve: “Oh nee, als je me dit nu op voorhand gevraagd had, had ik wat anders aangetrokken!”, “Als iemand het je vraagt, zeg dan maar dat ik een oud vrouwtje ben dat je op straat bent tegengekomen.” Ze wou ook per sé dat de microfilm ermee op stond en duwde Steven weg om de microfilm in beeld te laten komen. Na een warm afscheid was Sassi aan de beurt. Steven vroeg haar in de bib: “Excuseer, we hebben een vraagje, maar het is een beetje beschamend.” Hierop kreeg ik het meest grappige moment ooit te zien: een kettingrokende serieus ogende professoressa van 60+ die plots ineenkrimpt, haar hand voor haar mond brengt, onbedaarlijk als een schoolmeisje begint te giechelen en zegt: “Kom maar naar mijn kantoor, kom kom!” Toen we de foto hadden genomen, en Steven en ik door de bibliotheek naar buiten wandelden, stond het schaamrood me nog altijd op de wangen. Maar hey, het contact met deze twee proffen was altijd al super geweest en als Erasmusstudent hoef je je om street credibility toch niet ongerust te maken. In Leuven zou dit een grote no-no zijn, maar we wilden een blijvend aandenken in fotovorm aan deze twee monumenten.

In de namiddag stond nog een bezoekje aan het Palazzo Ducale op het programma. Het was Stevens voorlaatste dag in Urbino en het zou een ware schande geweest zijn mocht hij dit niet bezocht hebben: als er iets is in Urbino dat je als toerist moet bezichtigen is het dit wel. Op elke vaas, poster, tas, glas, assenbak, op elk beeldje en op elke tekening kom je de afbeelding tegen van de twee bekende torens. Maar zoals dat altijd gaat, is er een levensgroot verschil tussen een stad bezoeken als toerist of er effectief wonen. In het begin dachten we nog dat we veel tijd hadden om dit te bezoeken, totdat het academiejaar effectief begon en we merkten dat we tijd tekort kwamen om alles te doen wat we wilden. Tempus fugit, of zoiets. Nu ja, nu hebben we eindelijk eens het optrekje van Duca Federico da Montefeltro kunnen bewonderen met de prachtige studeerkamer, het schilderij La città ideale en de mooie binnenkoer. ’s Avonds heb ik tijdens het bekijken van de DVD The Holiday meermaals vervloekt waarom Jude Law niet de vader van mijn kinderen kan zijn. Waarna ik zeventien uur lang (17!) heb geslapen. In een stuk. Dat zijn dus twee volledige nachten na elkaar geplakt! Ik viel in slaap om 01u00 om vervolgens om 18u00 terug te ontwaken, een tijdstip waarop de zon alweer onder de horizon is gedaald. Lap zeg.

De binnenkoer van Palazzo Ducale.

De binnenkoer van Palazzo Ducale.

Ma 26 jan – zo 1 febr 2009: La notte delle lucciole.

februari 22, 2009

la notte delle lucciole

la notte delle lucciole

Urbino beschikt over een redelijk klein, maar gezellig theater met de naam Teatro Sanzio, uiteraard een verwijzing naar ’s stads beroemde inwoner, Raffaello Sanzio. Lange tijd al hunkerde ik ernaar om mijn voetstappen die richting uit te sturen en mij onder een mooi versierd plafond neer te vlijen op een fluwelen zitje. Rabea speelde met ditzelfde idee, dus gebeuren zou het! We moesten ons haasten, want de enige voorstelling die we nog konden meepikken was op woensdag 28 januari. Zo gezegd zo gedaan. Na die dag examen te hebben geleverd, ging ik ’s avonds samen met Rabea naar Teatro Sanzio via een paadje omhoog dat mij nog onbekend was. Dit vind ik trouwens super: hoe klein Urbino ook is, je kan na zoveel tijd nog altijd verrast worden met steegjes, paadjes en kleine hoekjes die je tevoren niet opgemerkt had. Onze kaarten leidden ons naar een loge op de tweede verdieping. Hé, een loge? Misschien toch nog even vragen aan die kaartjesmevrouw of we wel juist zaten. Ja hoor! Ons als prinsessen wanend vlijden we ons dus neer op de fluwelen zitjes. De voorstelling heette La notte delle lucciole en dat is jammerlijk genoeg het enige wat ik ervan begreep. Er werd geregeld verwezen naar Pasolini en telkens vond ik het spijtig dat ik niet wist wat deze Italiaanse schrijver zoal op papier gesmeten had. De voorstelling bleek aldus een beetje te intellectueel voor ons, maar heel erg vond ik dit niet. De setting was bloedmooi, af en toe kon ik een flard Italiaans verstaan en mijn wens om een voorstelling mee te pikken in het Urbinees theater was vervuld. Toen Rabea en ik terug in Tridente aankwamen, troffen we daar een handvol personen aan (o.a. Scott, Gudi, Mélody, Emma) op Youtube. Ik besloot om de goedgelovigheid van deze vrienden eens op de proef te stellen en toonde hen de volgende sketch uit In de gloria: http://www.youtube.com/watch?v=g5ty-bMqIRI . Blijkbaar was deze tot mijn verbazing en ook wel trots goed bekend in Europa, van Engeland tot Oostenrijk. De Franse Mélody riep uit: “Huh, is dit echt geacteerd?! Dit kwam vorig jaar bij ons in een televisieprogramma met de top tien van grappigste tv-momenten van het jaar!”

“Are you coming to my party on Friday?” Annie gaf een feestje voor haar verjaardag ’s avonds en stelde deze vraag aan iedereen, tot zestigmaal toe. Maar vooraleer ik over dit feestje vertel, schakel ik over naar een ochtendlijk afscheidsmoment. Charlotte verliet ons voorgoed om een weekje thuis te zitten in Engeland en nadien naar, godbetert, Spanje te trekken om aldaar haar tweede Erasmus te voltooien. Ze mocht het hebben van ons. Zelf zag ze ’t toen ook niet volledig door een roze bril, maar wat moet, dat moet. We namen plechtig afscheid van onze gekrulde vriendin. Na in de dag naarstig te hebben gestudeerd voor mijn examen maandag, was het dus na avondval tijd om naar Annies feestje te tenen. Ikzelf had haar een kaars met Madonna (niet de zangeres) erop gegeven en een klein vogeltje (niet levend) dat luisterde naar de naam Ralph. Er werd hevig gedanst, vooral Christian toonde ons zijn mean dancing skills. Ik vraag me af wat de nieuwkomers van ons vonden, want oh ja, er hadden zich deze week vier nieuwe Amerikanen bij ons gevoegd! Je had Leanne (die naast mij woont en aan wie Urbino meedogenloos de stem had ontrukt tijdens haar eerste dagen), Allison (met een heerlijk spontane lach), Taylor (de jongen in het gezelschap) en Nummer Vier. Nummer Vier bleek uiteindelijk Nicole te heten, maar het heeft even geduurd voordat we dit wisten en haar naam konden aanpassen.

Op Annies feestje.

Op Annies feestje.

Allison en Leanne kwam ik in het weekend in de keuken tegen. “Kunnen jullie ons wat kooktips geven, want we denken niet vijf maanden te kunnen overleven op pasta.” Hehe, zo herkenbaar. Ik keek naar mijn in omvang toegenomen buikomvang en wees hen op de gevaren van te weinig variatie. Op mijn vraag of ze nu een groot verschil ervaren tussen de Verenigde Staten en Europa, gaf Allison het antwoord: “Well, in America we are a lot more advanced. It is shocking that they turn of the heating system here at night.” Desalniettemin is het een toffe.


Ma 19 – zo 25 jan: Obama gesmurft.

januari 28, 2009

Internet, voor de moderne mens lijkt het een vanzelfsprekend bezit. Voor de mens die in Tridente zit, is het een privilege. Ach, waarom hebben studenten internet trouwens nodig als ze examens hebben? Tien dagen lang werden we in Tridente beroofd van contact met de buitenwereld en een essentiële vorm van ontspanning voor een blokstudent, en werden we verwezen naar Aquilone, het aanpalend studentencomplex. Niet dat dit een onoverkomelijke ramp is, het is maar een extra vijf minuten stappen, maar een godsgeschenk durf ik het ook niet noemen.

Deze week heb ik mijn eerste twee examens (Paleografia Latina en Storia del teatro latino) afgelegd. Maar om het boze oog niet over me af te roepen, ga ik pas berichten over m’n examens eens ze allemaal achter de rug zijn. Geduld dus!

Op de dag van mijn tweede examen, donderdag, moest ik vier uur wachten tot ik aan de beurt kwam en dus ging ik tussendoor even aankloppen bij prof. Bernardini van de Griekse faculteit. Een vrij sympathieke oudere dame, hoewel ze me telkens ietwat aan een heks doet denken die haar kruidenmengels aan het maken is. Maar dan in de goede zin, versta me niet verkeerd. In ieder geval ben ik in haar aanwezigheid altijd bloedzenuwachtig en verlies ik terstond al mijn kennis van het Italiaans die ik opgebouwd heb. Zelfs de meest belachelijk eenvoudige zinnetjes lukken me dan niet, wat haar steeds tot de vragen leidt welke talen ik wél praat en wat haar er toe aanzet om me telkens te benadrukken dat het examen in het Italiaans is. “Si si”, stamel ik dan en ik zwijg dat ik mijn achterlijk spraakgebrek enkel bij haar heb.

Zij: “Je hebt toch al geleerd voor dit examen mag ik hopen?”

Ik: “Euh, jaja.” (eigenlijk niet, want ik heb daar zes dagen voor en ik heb nu eenmaal ook vijf andere vakken te leren)

Zij: “Ah, want de 11e februari is niet meer ver he!” (zegt ze op 24 januari)

De laatste loodjes zullen het zwaarst wegen!

Voorts heb ik deze week, naar aanleiding van Annie’s t-shirt, iedereen ingelicht dat de Smurfen wel degelijk BELGISCH zijn en niet Engels of van welk ander land dan ook dat hen wil toe-eigenen. Ik heb in het verleden al een hele uitleg moeten afsteken over Belgische French Fries, nu gaan ze de Smurfen toch ook niet afpakken zekerst…! 🙂

de gezellige bende

de gezellige bende

Dat was op donderdag, een avond waarop we allemaal uitgegaan zijn. Ik zie u al fronsen. Uitgaan tijdens de examens, dat doe je toch niet? Allicht niet. Ik moet bekennen dat het hier ook mijn eerste keer betreft tijdens een examenperiode, maar opsluiting in Tridente doet je enkel snakken naar wat ontspanning, als je naar de Mensa gaan of babbelen in elkaars keuken niet meetelt. We zijn een tijdje naar een privé-feestje van een Italiaan (of Italiaanse, geen idee) gegaan die we langs geen kanten kenden. Maar hij of zij weet hoe een goed feestje gegeven moet worden. Daarna op straat een kleine voorstelling mijnentwege over de dansrage van de voorbije jaren in België: jumpen. Niet dat ik dat kan, maar ik kan er een mooie parodie op maken. Mijn erasmusvrienden dachten dat ik gek was. Hierbij nog een kleine vermelding dat er die avond een Fransman onnoemelijk zat was en tegen zichzelf aan het raaskallen was. Het spijtige aan heel de zaak is dat hij een Schotse kilt droeg en wij allemaal tevergeefs gehoopt hadden dat hij degelijk ondergoed zou aanhebben. Helaas, ik voel nu nog de neiging om mijn ogen uit te steken met de dichtstbijzijnde schaar. En ik heb dan nog tijdig mijn blik afgewend.

De volgende dag zat ik alweer braaf achter mijn bureau te studeren voor Filologia Greca. ’s Avonds ben ik nog een pizza gaan eten met een paar fijne mensen (Sine-Annie-Anna-Sarah-Sam-Katharina-Danielle) en kon je me de rest van de week achter mijn boeken vinden.

Als afsluiter wil ik nog zeggen dat het de laatste tijd veel leuker is om in dromenland te vertoeven dat in de studeerrealiteit: ik heb de ene nacht gedroomd over Barack Obama en de andere nacht dat ik een moslimmeisje was, proberend mijn moslimmoeder ervan te overtuigen dat er helemaal niets mis was met een vriendje te hebben, zolang ik beloofde er voor het huwelijk niet mee samen te wonen. Waarna ik me in een volgende flash in de supermarkt bevond, pakken groenten aan het kopen. Kon ik maar een examen Slaap afleggen.

Ma 12 – zo 18 jan: Koude Oorlog

januari 28, 2009

Isolering, mentale instabiliteit, filosofische vragen naar het waarom van het bestaan en snoepen: de blok is echt begonnen. Beetje bij beetje probeerde ik me deze week de leerstof in het Italiaans eigen te maken en ondertussen de rest van de erasmussers voor de zoveelste keer uit te leggen dat ik het me niet kan permitteren om daguitstapjes naar Pesaro te maken omdat ik moet studeren. Ik heb geregeld een kleine agitatie moeten onderdrukken bij het horen van nonchalante antwoorden als “Ik kan echt niet langer dan 1 uur per dag studeren”, of “Ik heb maar twee examens” of “Mijn examens tellen toch niet mee hier”. Nee, het is overdreven te zeggen dat mijn vuisten lichtjes jeukten, maar prettig om te horen was het toch niet. Donderdag was het feest op de zevende verdieping, een gebeuren waar ik me anderhalf uur goed vermaakt heb, vooraleer wij Belgen de anderen uitwuifden die in het centrum een loflied op het uitgaansleven zouden zingen, en we terugkeerden naar de beslotenheid van onze studeerkamer. Snif.

uitzicht op de stad vanaf het fort

uitzicht op de stad vanaf het fort

De dag daarop werd ik door Karina uitgenodigd om bij haar en haar kotgenootjes aan tafel aan te schuiven. Haar ouders waren in Urbino en maakten voor ons Chinees eten klaar. Als ik nu een pet op mijn hoofd had, zou ik ze eerbiedwaardig eraf gehaald hebben en een klein goedkeurend knikje hun richting hebben uitgestuurd. Want wat die mensen op amper twee vuurtjes in een Tridente-keuken hebben klaargemaakt, daar heb ik niets dan respect voor. Het was een heerlijk maal met het beste vlees dat ik hier sinds tijden heb gegeten en het eten met stokjes ging vlotter dan je bij mij zou aannemen. En dan zeg ik niets over de chocoladetaart als dessert en de woorden van Karina’s moeder: “Take it! I like to see people eat.” Ondertussen werden we geëntertaind door haar Italiaanse kotgenootjes, die het zouden verdienen om een showprogramma op zaterdagavond te presenteren, proberend Engels te spreken en dit te combineren met wilde gesticulaties.

In onze blok, ondertussen, was de sfeer iets minder. Er was een machtsspel aan de gang tussen Marina en de Ierse meisjes. M had door haar compulsief poetsgedrag de andere stiepelzot gemaakt en het werd er niet beter op toen ze een nacht de receptie belde om te klagen wegens geluidsoverlast (“Ik moet studeren”) en de dag erop stevig uit te gaan, maar de Ierse meisjes te vragen om niet flauw te doen en de receptie niet te bellen als ze thuiskwam. Tja. De Koude Oorlog was dus uitgebroken, maar gelukkig kon ik hieraan ontglippen. Mede dankzij het feit dat M me al sowieso maandenlang negeert, oef! Ik ben er niet rouwig om moet ik zeggen, laat mij maar in m’n loopgraaf verder leren in alle rust en stilte.

“I think I ate mousepoo once.” – Danielle praat over haar meest traumatische ervaring ooit.

“This is the first time I actually realise I’m drunk.” – Katy, donderdag, vlak nadat ze mijn drankje over zichzelf morste.

“Letépem a fejed és a tüdődbe hányok.” – Via het facebookprofiel van mijn dierbare vriendin Els, die haar Erasmus in Hongarije doorbracht, kwam ik op een link met Hongaarse scheldwoorden en – zinnen. Ik heb deze kennis maar doorgegeven aan Éva, die me vervolgens de uitspraak aanleerde. Betekenis: “I will tear off your head and vomit into your lung.” Voor als u ooit de nood voelt om dit tegen een Hongaar te zeggen, natuurlijk.

Di 6 jan – di 13 jan: vandaag is rood de kleur van mijn haar

januari 17, 2009

Zes januari, Tridente lonkt. Ik zal 6 dagen van rust hebben, vooraleer de delegatie uit Frankrijks zuiderbuurland aankomt. Ik zat er quasi alleen, tezamen met Steven en Danielle, die ik gaarne zag tijdens het avondeten. Het was zo koud in het gebouw dat we al dansend kookten op muziek van de Backstreet Boys om te beletten dat onze bloedcirculatie zou bevriezen en sliepen met drie dekens over ons plus een trui. Onze Amerikaanse vriendin bekende me dat ze sliep met sokken over haar handen, waarna ik een onbedaarlijke slappe lach kreeg. Dag na dag kwamen er steeds meer mensen binnendruppelen, wat altijd een leuk weerzien was. Mijn armen hebben veel geknuffeld die dagen.

Bij het bekijken van onze frigo, kwam een gevoel van walging me tegemoet. Hij was relatief leeg, maar bevatte allerlei leuke etenswaren zoals gortige melk en groenten die al twee weken lagen te rotten. Alle schappen waren bedekt met een laag water van bedenkelijke oorsprong. Het mag een mirakel heten dat niemand de voorbije drie maanden een enge, enge ziekte gekregen heeft. Samen met Sarah heb ik die dan maar helemaal uitgekuist. Ik huiver er nog van als ik eraan terugdenk.

Voor de rest kan ik niet veel interessants vertellen: ik ben niet gaan skydiven of ben ondertussen geen been kwijtgeraakt. Mijn uren van vlijtige (nu ja) studie werden onderbroken door een nieuw paar schoenen (inderdaad, zelfs in Urbino kennen ze solden, hoera), een piadina’ke eten met Karina en een kappersbezoek. Ik ging naar een andere kapper dan de eerste keer, maar het concept blijft blijkbaar steeds hetzelfde: je wijst precies de kleur aan die je wilt, en dan kom je met een andere buiten. Even was ik bang toen ze met een verfborstel een grijze kleur op mijn haren streek. “Euh, wordt het grijs?”, was mijn schertsende, doch ernstig bezorgde vraag. “Nee, het wordt later pas de kleur die je wil.” Allez vooruit dan.

“Alone and naked, watching a documentary about animals.” Ik vroeg aan Eva hoe ze haar oudejaarsavond gevierd had en kreeg  dit ietwat onverwacht antwoord. Ziek in de geest, zeg ik u!

“I would say Italian litterature. Otherwise you got kind of pranked.” – Sine’s gortdroge antwoord op Anna, die niet zou weten wat ze tijdens de lessen Letteratura Italiana heeft gezien.