Donderdag moest ik in de stad zijn voor leuke administratieve gelegenheden. Onderweg passeerde ik nog eens langs de fortezza, waar ik een prachtig besneeuwd uitzicht had over Urbino. Nogmaals vervloekte ik de onmens die me mijn fototoestel ontnomen had. Nog helemaal verdwaasd van alle schoonheid kwam ik in Tridente aan. Ik ging mijn blok binnen en zag een onbekend vreemd persoon aan de telefoon praten. Vreemd. Ik zag Magdalena, een Spaans meisje, uit Anna’s kamer komen. Vreemd. Ze keek me wat verrast aan en we ciao’den elkaar. Ik draaide me om en schoot in paniek toen ik vreemde sleutels aan mijn deur zag bengelen. Vreemd. Het duurde welgeteld vier volle seconden voor ik doorhad dat ik in de verkeerde blok zat en met gegeneerde excuses maakte ik me uit de voeten.
Naast natte en ijskoude voeten en een gestolen paraplu begon de sneeuw ook op andere vlakken zijn tol te eisen: ik had met Emma gepland om vrijdag een bezoekje te brengen aan Assisi, een plek die ik nog absoluut wou bezoeken vooraleer ik wegging. Ik keek er erg naar uit. Met veel zin kropen Emma en ik achter onze laptops om onze reis te plannen. Helaas, Urbino leek me nog even bij zich te willen houden: voor vervoer alleen al zouden we 57 euro moeten afdokken en meer dan acht uur verspillen. Er zou ons dus maar 6 uur resten om alles te bezoeken, plus, door de door mij gevraagde sneeuw leek het transport ook maar onzeker te zijn. Morgen zou het vrijdag de 13e zijn, we hadden het kunnen weten. Om de sneeuw letterlijk en figuurlijk terug te omarmen maakte ik tegen avondval een sneeuwman met Katy, Eva en Rabea. Een uitermate lelijke, daar niet van: hij was piepklein en had een neus van vijftig cm die op dezelfde hoogte stond als z’n mond. Maar de wimpers waren wel mooi geslaagd, vonden we.
Geen Assisi op vrijdag dus, maar eerst en vooral een ongelooflijk héérlijk middagmaal in 700, waar de spijzen reikten zover als het oog. De Mensa bleek in staking te gaan (alweer een degelijk afscheid van Italië) en dit noopte de rest tot uitvoerig eten te gaan kopen. Grote gelukzak die ik ben, mocht ik gewoon mijn benen onder tafel schuiven. Voorts ben ik die dag nog gaan shoppen voor cadeautjes met Rabea. Ik had immers nog twee nieuwjaren en drie verjaardagen tegoed in België. Net zoals in de kerstperiode viel het niet mee om cadeaus bijeen te schrapen, maar uiteindelijk is het me zaterdagmiddag gelukt. En al wie er thuis niet blij mee is…! Aanvankelijk stootte ik een jammerkreet uit bij de Mensastaking, maar toen ik Gudi’s zelfgemaakte pasta met kip en dergelijke opat, kon ik enkele kreetjes van verrukking niet onderdrukken.
Verder was de dag gevuld met allemaal samen zitten, met niets om handen en dan maar meezingen met alle liedjes die Dan uit zijn laptop toverde. Ik heb de voorbije maanden, en dan vooral tijdens de examenweken, met mijn eigen ogen gezien dat erasmusstudenten uit andere landen zich soms stikkapot vervelen. Benevens alcohol rinken uitte zich dat ook in doelloos bij elkaar zitten en zingen. Ik, daarentegen, was op dit moment dolgelukkig dat ik – vrij van examens – voluit kon genieten van ieders gezelschap en zat heimelijk deze mooie momenten in me op te nemen. De dag werd afgesloten door enkele afleveringen van Extras, alweder op Eva’s kamer, alweder met Sam, Katy en Eva. Sam las als slaapverhaaltje met zijn zachte stem een hoofdstuk voor van Harry Potter and the Deathly Hallows.
Zaterdag, de laatste volle dag. Na opnieuw administratieve – en shoppingzaken afgehandeld te hebben, deed ik nog een poging om alsnog in het Grieks restaurant te eten. De avond ervoor had ik een telefonische reservering kunnen maken, dus nu mocht het niet meer mis gaan. Met zijn elven (Dan, Eva, Katy, Gudi, Christian, Rabea, Sine, Annie, Danielle, Emma en ik) proefden we van al het lekkers dat Griekenland ons te bieden had. Man toch, zoveel eetgenot zou men moeten verbieden.
Met een maag vol van smakelijke herinneringen, probeerde ik toch al een béétje van mijn inboedel in te pakken tegen morgen. Aangezien dit me vrij snel bedroefde, besloot ik om ’s nachts hieraan verder te werken en nu alvast nog even, inderdaad, liedjes te zingen op 700. Dra kwam het uur dat mijn vader, mijn jongste broer en mijn tante met de auto uit België arriveerden om me morgen naar huis te kidnappen. Ik begeleidde hen naar hun hotel en daarna zijn we gaan eten bij Da Giovanni, de tweede keer restaurant voor mij op één dag. Mamma mia. Dat wordt lijnen als ik thuiskom. ’s Avonds heb ik nog met de erasmusmensen in Tridente samengezeten en van iedereen afscheid genomen. Als afsluiter heb ik terug met Katy, Sam en Eva naar Extras gekeken en vertelde Sam het vervolg van Harry Potters belevenissen. Omringd door mensen die ik graag zag en badend in een zachte vertelstem, gleed ik in een korte, maar zalige slaap. Afscheid volgde.
Nadat ik had beloofd mijn deur ’s nachts voor één keer niet op slot te doen, werd ik om halfzeven gewekt en geknuffeld door Danielle en Rabea, die vlak voor hun vertrek naar Venetië nog finaal afscheid kwamen nemen. Zo lief! Later kwam m’n vader me helpen inpakken, nam ik nog afscheid van Emma, laadden we alles in, kwam mijn Duitse klasgenoot Latijn Benjamin me nog begroeten (wat ik erg sympathiek vond) en ging ik voor de allerlaatste keer naar de stad. Ik moest constant de neiging onderdrukken om niet in een pathetische huilbui uit te barsten, wat me verbazend genoeg goed is gelukt. Als laatste geste legde ik mijn hand op het Palazzo Ducale en prevelde Ciao. Gevoel voor dramatiek is me nooit ontzegd geweest.
Met een krop in de keel en met zeer veel zin om thuis alle berichtjes te lezen die de andere erasmussers in mijn boekje hadden geschreven, zag ik voor de laatste keer Urbino uit mijn blikveld verdwijnen. Negentien uur later zou ik thuis zijn, droevig maar met beeldschone herinneringen. Dit mag dan het einde zijn van mijn erasmusblog, maar hopelijk niet van mijn erasmusbelevenis. Ik mag wel zeggen dat dit één van het mooiste is geweest dat me al overkomen is in het leven. Dank u, ouders, dat ik dit mocht doen. Dank u, vrienden van thuis, voor alle lieve berichten en toegezonden kaartjes en pakketjes. Dank u, erasmusstudenten. Dank u, Italiaanse proffen. Dank u, Steven, voor alles wat we samen hebben doorgemaakt hier. Dank u, Urbino.
Ciao, ci vediamo.

Urbino zoals ik ze achterliet







